De man met de witte hoed

Wachtend voor het voetgangerslicht tegen over de Câmara Municipal van Covilhã, komt er een man naast ons staan. Hij waarschuwt ons dat we niet door het rood moet lopen, de politie staat immers ook te wachten en die zullen ons onherroepelijk op de bon slingeren.

Toegegeven, mijn tenen stonden al op de straat, maar ik was geenszins van plan om door te lopen. Ik wist dat het licht voor de auto’s eerder op groen zou springen. We moesten dus nog even wachten en zo kwamen we aan de praat met deze man met zijn witte hoed.

Het was onze tweede vakantie in Portugal. Dus we spraken de taal niet echt, maar gelukkig beschik ik over een talenknobbel — Marieke beschikt over een talendeuk — en begreep ik zijn waarschuwing over de politie prima. Dat Marieke werkelijk geen snars van de man begreep, had de man snel genoeg door. Nadat hij eerst tegen mij in het Portugees sprak, herhaalde hij het vervolgens in het Engels.

De man was verbaasd dat wij als toeristen in Covilhã waren. In de studentenstad kwamen normaal niet zoveel toeristen. Hij was oprecht geïnteresseerd en nadat we hem vertelden dat wij aan de overkant een koffie gingen drinken, liet hij weten dat hij dat ook ging doen en nodigde ons uit. Ondertussen had ik de man al enkele malen uitgelegd dat ik eigenlijk geen Portugees spreek, maar dat ik wel veel begreep. En hoewel ik vooral in het Engels antwoordde, dacht de man nog steeds dat ik Portugees was.

Eenmaal zittend op het terras begon de man over zijn leven te vertellen. Hij in de verschillende Portugese koloniën in Afrika had gewerkt en daar aardig geld had verdient. Hij sprak over Mozambique en Angola waar hij bij de mijnbouw betrokken is geweest. Wat hij precies heeft gedaan, weten we niet meer. Het is immers al bijna tien jaar geleden. Wat ik nog wel weet, is dat ik had moeten doen alsof ik hem niet begreep. Want de man wilde er nog steeds niet aan dat ik Nederlander ben.

Naar Lissabon

Na zo een half uurtje gekletst te hebben, staat de man op om naar het toilet te gaan. Op zich niet zo gek, maar hij liep het café uit. Wij wisten op dat moment nog niet, dat de toiletten zich onder het café bevonden en dat de ingang daarvan aan de buitenzijde zat. Ook had de man zijn koffertje laten staan en duurde het erg lang. Hoewel het een aardige man was, voelden we ons toch niet echt op ons gemak en dat hij zomaar verdween zonder zijn koffer, hielp ook niet echt.

Nadat hij terugkwam, nodigde hij ons nog uit om een voetbalwedstrijd van Benfica te bezoeken. Aangezien wij allebei niet echt om voetbal geven, was ons antwoord dat we niet konden, want we zouden Lissabon bezoeken. Daarop keek de man ons aan alsof hij water zag branden.

Gelukkig hadden we de gelegenheid gehad om een Portugese vriend te bellen, die ons daarna uit de brand zou helpen. En inmiddels, bijna tien jaar later, weten we ook dat voetbal een van de lastigste onderwerpen in onze integratie gaat worden.

The White Hat is inmiddels een term die we gebruiken voor alle vreemde situaties waarin we verzeild raken. En het verhaal van de man met witte hoed zorgt bij onze vrienden in Portugal nog altijd voor een lach.